Starshoe Breda

logo150

Zaalschoenen

Er worden voor de diverse zaalsporten aparte modellen gemaakt, maar die worden nog wel eens onderling uitgewisseld. Zaalschoenen hebben een kuipzool, waar de sporter ín staat in plaats van erop, zoals bij de meeste wandel- en hardloopschoenen. Ze staan wat lager bij de grond en hebben een slijtzool, geschikt voor de zaalvloer. Vroeger dacht men, dat een zogenaamde draaicirkel onder de bal van de voet noodzakelijk was om te kunnen draaien. Nu blijkt, dat er veel gedraaid word, juist aan de buitenkant van de voet. Of een schoen goed kan draaien t.en opzichte van de zaalvloer hangt echter vooral af van de samenstelling van de vloer en die van de slijtzool van de schoen. een hardere vloer zal wat beter draaien, en een wat harder slijtrubber idem. Men mag er vanuit gaan, dat bij de productie van een goede zaalschoen hiermee rekening is gehouden. Soms zie je nog wel een soort van draaicirkel onder de schoen zitten.

zondercirkel zonder draaicirkel
met cirkel met “”draaicirkel””

 

De demping van zaalschoenen kan ook verschillen. Zo zal de gemiddelde volleyballer wat meer demping wensen. Dat betekent vaak een wat dikkere, en dus minder flexibele zool.

Indoorschoenen moeten goed rond de voorvoet sluiten, want er wordt veel op de voorvoet bewogen. Een te ruime voorvoet kan dan schuiven in de schoen veroorzaken.

Bij de racket indoorsporten (tafeltennis, badminton, squash) is het vaak prettig als er wat meer flexibiliteit in de schoenen zit. Dit in verband met de hoge snelheid van bewegingen van de sporter.

De mid-hoge schoenen worden vaak gekocht, omdat ze stabieler zouden zijn bij zwakke enkels, maar dat is niet het geval. dat komt, omdat ze niet hoog genoeg zijn, én de schacht te flexibel. Iemand die gemakkelijk zwikt, kan er beter op letten, dat de breedte van de zool niet de gering is. En wanneer dat niet afdoende is een goede enkelbrace aanschaffen.