Starshoe Breda

logo150

“Doe de natte-voetentest, en je weet welke schoenen je nodig hebt”

Dit is regelrechte nonsens. Iemand heeft dat eens geroepen, en het wordt vervolgens overal na geroepen.

nattevoetenWanneer je met natte voeten op een gladde vloer gaat staan, kun je inderdaad goed zien, welk voettype je hebt. Dat kan dan variëren van een holvoet tot een platvoet. Van holle voeten wordt gezegd, dat die áltijd supineren (op de buitenkant afwikkelen), en dus neutrale schoenen aangemeten moeten worden. En van platvoeten wordt het tegenovergestelde beweerd: die overproneren altijd en hebben antipronatieschoenen nodig. Dat is echter niet waar: holle moeten hebben misschien wel meer kans op supineren, maar kunnen net zo goed overproneren. Zo lopen er ook veel mensen met platvoeten keurig neutraal.

Het voettype bepaalt wél, welke leest beter rond de voet past. Hoe passender de leest, hoe beter een schoen kan functioneren.

“Ik draag steunzolen, dus ik moet neutrale hardloopschoenen hebben”

Dit is te gemakkelijk gezegd. Zooltje en schoen werken inderdaad samen, maar de functie van de twee is verschillend. Het zooltje kan de voet ondersteunen, zodat de voetvorm in de schoen gehandhaafd blijft. Een zooltje kan echter maar beperkt bijdragen aan het controleren van de stabiliteit van de schoen: het kan het indrukken van de tussenzool niet tegenhouden. Je kunt dus met zool en al in de schoen wegzakken, en alsnog overproneren, of supineren. Daarom moet altijd de combinatie van voet, inlegzool én schoen bekeken worden. Een zooltje werkt het best in een goede schoen, neutraal óf antipronatie, én een zooltje kan van een slechte schoen géén goede schoen maken. Er zijn op die manier al veel onnodige zooltjes aangemeten.

“Deze schoen is de opvolger van…..”

Wanneer een schoen perfect bij iemand past, is het jammer, dat de schoen weer uit de collectie verdwijnt. Sommige typen worden echter soms jarenlang ongewijzigd door een merk geproduceerd. Helaas schuilt hier ook wel eens een addertje onder het gras. Wanneer een tussenzool van een sportschoen net iets zachter of harder gemaakt wordt, kan dit het gedrag van de schoen soms radicaal wijzigen. Het gevolg kan ook hier weer het nodige blessureleed zijn. Dit probleem treedt het gemakkelijkst op bij de zogenaamde antipronatie hardloopschoenen. In dergelijke schoenen moet het hardheidsverschil in de tussenzool voor extra stabiliteit zorgen. Variaties in de hardheid kunnen hier echt funest zijn.

“Dit is dezelfde schoen, want hij ziet er hetzelfde uit..”

Wanneer een schoen perfect bij iemand past, is het jammer, dat de schoen weer uit de collectie verdwijnt. Sommige typen worden echter soms jarenlang ongewijzigd door een merk geproduceerd. Helaas schuilt hier ook wel eens een addertje onder het gras. Wanneer een tussenzool van een sportschoen net iets zachter of harder gemaakt wordt, kan dit het gedrag van de schoen soms radicaal wijzigen. Het gevolg kan ook hier weer het nodige blessureleed zijn. Dit probleem treedt het gemakkelijkst op bij de zogenaamde antipronatie hardloopschoenen. In dergelijke schoenen moet het hardheidsverschil in de tussenzool voor extra stabiliteit zorgen. Variaties in de hardheid kunnen hier echt funest zijn.

“Deze hardloopschoen heeft een grijs blok aan de binnenkant van de tussenzool, dus is een goede antipronatieschoen..”

Helaas. Wanneer er een grijs blok in de tussenzool van de schoen zichtbaar is, zegt dat niets over de antipronatiewerking van de schoen. Sommige schoenen gedragen zich gewoon neutraal, en het komt zelfs voor, dat schoenen met een grijs blok overpronatie veroorzaken (!). Wanneer een dergelijke schoen zo op het zicht wordt gekocht is dat vragen om problemen.

“Ik heb op een schoen van “merk X” een blessure opgelopen, dus dat merk maakt geen goede schoenen voor mij..”

Fout. De bekende schoenenmerken maken allemaal wel goede schoenen. De verschillende typen schoenen kunnen echter onderling sterk verschillen. Je kunt een merk nooit veroordelen op een schoen, die eigenlijk niet bij je past. Het hangt er dus maar net vanaf welk type schoen je koopt. Het ene kan perfect bij je horen, terwijl een ander type van hetzelfde merk klachten of blessures kan opleveren.

“Ik ga gemakkelijk door mijn enkel(-s), dus ik moet hoge schoenen hebben..”

Wanneer iemand gemakkelijk door zijn enkels gaat, na eerder een enkelbandletsel te hebben doorgemaakt, dan dient hij of zij eerst de (sport-)arts of (sport-)fsyiotherapeut te raadplegen. Soms is de instabiliteit een restklacht, die met intensief oefenen weer kan verdwijnen.

Wij zien soms hoge wandelschoenen (ook van gerenommeerde merken), die een schacht hebben van een heel soepel materiaal. Een dergelijke schacht kan echt geen extra bescherming bieden tegen het verzwikken van de enkel. Hetzelfde geldt voor de canvas basketball-schoenen of de hogere aerobicschoenen.

Wat heel belangrijk is, is de breedte van de zool, de hoogte van de hak en de stevigheid van de hielkap van de schoen. Hoe breder het steunvlak, hoe stabieler de schoen. Hoe hoger de hak, hoe minder stabiel de schoen. Opmerkelijk genoeg zien wij nogal eens hoge wandelschoenen, die naast dat hele soepele bovenwerk, ook nog eens hoog op een smalle hak staan. Dergelijke schoenen vergroten dus eerder de kans op zwikken, dan dat zij dat opvangen. Wanneer de hielkap een goede grip heeft op de hiel, zal de voet ook minder gemakkelijk zwikken.

“Mijn oude loopschoenen gebruik ik op de kunststofbaan, want de baan dempt toch al..”

Oude hardloopschoenen, die verder nog stabiel zijn, en waarop nog goed wordt afgewikkeld, en alleen de demping uit verdwenen is, kunnen nog prima gebruikt worden op een dempende ondergrond. Dat wil zeggen: in het bos of op gras. Een ondergrond dempt, wanneer bijvoorbeeld een vallende kogel of steen na het neerkomen niet of nauwelijks terugstuitert. Op een zanderige of gras- ondergrond zal dat inderdaad het geval zijn. Op een kunststofbaan zien we de kogel of steen echter terugkaatsen. De baan dempt niet, maar veert. Bij het hardlopen betekent dat dus, dat de sporter onmiddelijk na de landing nog eens een duw terugkrijgt van de baan. Een niet dempende schoen geeft die duw terug aan de voet en dus de rest van het lichaam. Een wel dempende schoen dempt ook die extra kracht.

Het komt erop neer, dat je met een oude hardloopschoen op de baan wel sneller loopt, maar dat dat wel meer belastend voor het lichaam is.

“Ik ga veel wandelen om fit te blijven, dus moet ik een stevige schoen hebben: een lekker stevige bergschoen..”

Bergschoenen zijn gemaakt voor lopen in de bergen. Ze worden in verschillende soorten gemaakt: van heel erg stug (voor echt klimwerk) tot minder stug (wandelen op bergpaden). In onze omgeving is dat vaak te veel van het goede. De schoenen zijn te zwaar (zeker voor mensen op leeftijd) en te stug om vlot op af te wikkelen. Die stugheid kan bijvoorbeeld de knie overbelasten (ook hier zijn de senioren weer meer gevoelig voor).

Een lage, lichte, maar wel stabiele schoen is vaak het betere alternatief.

“Om te wandelen moet ik dikke wollen sokken gebruiken”

De traditionele wandelsok is van wol gemaakt, en heeft een xtra omslag. De reden is, dat wol een natuurlijk materiaal is, dat redelijk “het klimaat”” in de schoen kan regelen, en dat door de dikte van de sok de voet beschermd wordt tegen eventuele stiknaden en druk van de schacht van de schoen.

Wanneer op een lage wandelschoen gelopen wordt, kan voor een dunnere sok gekozen worden. De schoenen hebben vaak zelf al een comfortabele voering. De dunnere sok zorgt ervoor, dat de voet niet zo warm wordt en snel zijn transpiratievocht kwijt kan. In de zomer is dat wel zo prettig.

In de hogere en/of stuggere schoenen kan het nog steeds nuttig zijn iets dikkere sokken te gebruiken. Echter tegenwoordig zijn daar nog veel comfortabelere sokken voor. Deze worden gemaakt van holle synthetische vezels, welke als eigenschap hebben dat het transpiratievocht niet door de sok vastgehouden wordt, maar doorgegeven aan de omgeving. Bij een goed ventilerende schoen is dat een perfekte, comfortabele combinatie: niet te warm, goed ventilerend en snel droog. Dit blijkt vaak al veel blaarvorming te voorkomen!

“Deze schoen ziet er nog goed uit, dus is nog niet versleten”

Dit gaat bij de sportschoen vaak niet op. Omdat de dikke tussenzool bepaalt of een schoen versleten is, kan het voorkomen, dat het bovenwerk er nog goed uitziet, terwijl de demping en/of stabiliteit allang onvoldoende zijn. De schoen moet dan vervangen worden, om onnodige klachten te voorkomen. “Lapwerk” met zooltjes werkt vaak maar even of helemaal niet, zodat dat eigenlijk ook geen oplossing is. Wanneer de slijtzool op de hak versleten is, terwijl de tussenzool nog in orde is, moet de schoen niet vervangen worden, daar een schoen prima te verhakken is.